Aznavour en de kunst van het overleven

img_0054In september 2011, naar aanleiding van een nieuwe reeks optredens in l’Olympia in Parijs, wilde ik graag Charles Aznavour interviewen. Dat gesprek ging uiteindelijk niet door, maar ondertussen las ik wel A voix basse, een prachtige, helder geschreven autobiografie, waarin hij bij momenten bijzonder fel uit de hoek komt. Hij geeft een sneer naar de platenbazen, die zijn liedjes eerst niet wilden, en naar de journalisten, die hem maar niets vonden. Andere artiesten zagen het wel in hem. Toen hij mocht spelen in het voorprogramma van Edith Piaf, werd hij in de armen gesloten door het publiek, en pas daarna ook door de platenbonzen en de journalisten. Die volgorde is Aznavour nooit vergeten.

De meest ontroerende passages gaan over hoe hij opgroeide in armoede in het Parijs van de jaren twintig en dertig, en moest gaan zingen nadat zijn vader, een kroegbaas, voor de tweede keer bankroet was gegaan. Aznavour was niet uit op succes. Je ne visais pas la réussite, mais la survie, schreef hij. Daar is hij wonderwel in geslaagd, tot zijn 94ste.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s